Antroposofie en voeding

Tijdens mijn opleiding is de antroposofische visie op voeding uitgebreid aan de orde gekomen en, zeker wanneer er gezondheidsklachten zijn, maak ik daar graag gebruik van, als de cliënt daar interesse in heeft.

In de antroposofie speelt voeding een grote rol en om dit uit te leggen moet ik het simpel houden, het is geen makkelijk onderwerp maar ik mocht daar dan ook drie jaar op studeren, geholpen door fijne docenten zoals Johannes Kingma en Michiel Rietveld.

Johannes: “Mensen voeden zich niet alleen met wat zij eten. Lichaam, ziel en geest willen op hun wijze gevoed worden. Er is aardse- ziele- en geestelijke voeding. De aardse voeding komt uit de planten- en dierenwereld, de plant heeft zonlicht en warmte opgenomen en wanneer wij dit eten nemen we indirect zonnewarmte en licht op. Dieren eten planten of vlees van andere dieren die planten gegeten hebben, en wanneer wij vlees eten krijgen we tweedehands zonnewarmte en zonlicht”.

Zielevoeding krijgen we binnen door harmonie en evenwicht te ervaren. Door mooie muziek te luisteren of door fijne “voedende” sociale contacten te onderhouden.

Je kunt jezelf geestelijk voeden door idealen te hebben, een geloof in iets en hoop en liefde te ervaren, dit geeft je lichaam en je immuunsysteem kracht om bergen te verzetten.
Een mens is gezond wanneer de processen van lichaam, ziel en geest in evenwicht zijn en met voeding kun je dit ondersteunen. En nu wordt het een beetje ingewikkeld maar ik doe mijn best.

De drieledigheid bij mens en plant, een antroposofische visie.

De mens

Bij de mens kun je op lichamelijk gebied drie principes onderscheiden: twee polen met daartussen een middengebied. Het middengebied is het gebied van hart en longen, hier vindt de ademhaling plaats. Deze zijn nauw verbonden met het gevoelsleven. Bij hevige schrik stokt de adem of slaat je hart op hol. Hart en longen zijn organen die zich ritmisch samentrekken en openen.

De “bovenpool”, het hoofd (zenuw- zintuigensysteem), is het gebied van denken en van concentratie, in dit gebied heerst het meeste bewustzijn. Voor denken is koelte en rust nodig en ontbreekt dit, bv door koorts of een hersenschudding, dan kun je niet meer helder denken.

De “onderpool”, het gebied van de buik (stofwisseling), is juist warm en levendig. Hier wordt de maaltijd verteerd zonder dat je daar bewust aan mee kan doen. De ledematen, dus je armen en benen, horen ook bij de onderpool.

Samenvattend: om goed te kunnen functioneren is in het hoofd relatieve rust nodig, in de buik en ledematen beweging en warmte, en in het middengebied een ritmische beweging van rust én beweging. Wanneer een van de polen te sterk werkt kunnen ziekten ontstaan en het middengebied kan als bemiddelaar het genezingsproces bevorderen en ziekten voorkomen.

De plant

Ook in de plant kun je deze drieledigheid zien, alleen is die andersom. We noemen een mens ook wel eens “de omgekeerde plant”.
De omgekeerde plant

Het gebied van koelte en rust bevindt zich in de plant in de wortels (het hoofd). De wortel groeit de donkere, koele aarde in, er vindt weinig beweging plaats.

De bloem opent zich naar de buitenwereld (ledematen) en naar de zon, hier vindt warmte en beweging plaats (de buik). De stengels en wortels vormen het middengebied, de bladeren zijn ritmisch gerangschikt aan de stengels en via de bladeren vindt de ademhaling van de plant plaats (hart en longen).

In de antroposofische geneeskunde wordt gebruikt gemaakt van het gegeven dat in mensen en planten hetzelfde proces speelt. Wanneer er een disbalans is in een bepaald gebied van je lichaam kunnen we daar met een voedingsadvies op in spelen:

  • Wortelgewassen versterken hoofdgebied b.v.: rode bieten, alle wortels, aardappelen, knolselderij, knoflook, venkel, ui, witlof, radijs, koolrabi.
  • Blad- en stengelgewassen versterken het hart en longen b.v.: prei, bleekselderij, andijvie, spinazie, groene kruiden,  sla, raapsteeltjes, snijbiet, postelein, snijbiet, paksoi.
  • Bloem en vruchtgewassen versterken de buik en de ledematen b.v.: fruit, paprika, maïs, courgette, aubergine, pompoen, tomaat, komkommer.

Vind je het leuk om met dit principe te werken dan kun je ervoor zorgen dat elke maaltijd alle drie de gewassen bevat, zo stimuleer je de biologische processen in je lichaam. En zorg je voor aangenaam gezelschap aan tafel, een fijn gesprek en een mooi achtergrondmuziekje dan kan er toch weinig meer fout gaan!